
Windsor Castle is een van de drie officiële woningen van de Britse
koningin. Als ze thuis is (meestal in het weekend), wordt op de hoogste toren de
vlag gehesen.
Het kasteel werd door de Normandiërs rond 1300 opgetrokken rond een klassieke
ronde toren. Henry IV is verantwoordelijk voor hoe het er nu uitziet.
In 1992 is er in het kasteel brand geweest, waarbij grote schade is aangericht.
Door snel ingrijpen is de koninklijke kunstcollectie gespaard gebleven.
Inmiddels is de restauratie voltooid. (Om deze te kunnen betalen, wordt Buckingham Palace in de zomermaanden opengesteld voor het publiek.)
De State Appartments zijn open voor bezichtiging. Deze worden af en toe nog gebruikt
voor officiële banketten. Daar is een deel van de kunstverzameling van de
koninklijke familie te zien. Het is ook de moeite waard om Queen Mary's
Dollhouse te gaan bekijken. Dit poppenhuis is perfect nagemaakt op een een
schaal van één op twintig. Er is stromend water en elektriciteit en ook de
schilderijen en boeken zijn echt.
De toegang tot Windsor Castle is erg duur.
De stad Windsor ligt tegen Eton aan. Daar is de befaamde jongenskostschool
gevestigd, waar alle mannelijke leden van het koninklijk huis op hebben gezeten.
De kinderen lopen er rond in rokkostuum en hoge hoed.
Windsor is per trein te bereiken vanaf Paddington Station of Charing Cross (25 minuten).